(?)

Eiwit
Een tekort aan eiwit geeft zelden problemen. Een overschot aan eiwit, bijvoorbeeld door te veel (te jong) gras, veroorzaakt een hoog ureumgehalte in het bloed en dus ook in de baarmoeder.
H
ierdoor ontwikkelen zich minder levensvatbare eicellen. Daarnaast geeft een hoog ureumgehalte een sterke verhoging van embryonale sterfte. Het probleem wordt groter als het dier tegelijkertijd in een negatieve energiebalans verkeert.

Mineralen/vitaminen
Tijdens de lactatie krijgen de dieren meestal wel voldoende mineralen en vitaminen via het krachtvoer. Extra aandacht voor mineralen en vitaminen moet er zijn in de droogstand, bij de pinken aan het einde van de dracht en bij het voeren van enkelvoudige voedingsproducten zoals bierbostel of bietenperspulp. Met matige voedingsmiddelen kan niemand een goed rantsoen samenstellen. De basis moet goed zijn. Via grondonderzoek kunnen de mineralen van percelen die gebruikt worden voor de ruwvoederwinning in beeld gebracht worden. Een daarop afgestemde bemesting zorgt voor een goede basis voor het rantsoen voor de gezondheid en vruchtbaarheid van het vee.

Energievoorziening
Een negatieve energiebalans begint vaak enkele dagen voor het afkalven om twee à drie weken later het dieptepunt te bereiken. Gemiddeld zitten de dieren zes weken na het afkalven wel weer in de juiste balans. De diepte van de negatieve energiebalans hapert soms de hormonale regulatie. De hormonen spelen een belangrijke rol in het bevruchtingsproces. Door een slechte hormoonhuishouding is de kwaliteit van de eicel en de embryo's minder.
Als de baarmoederwand het embryo onvoldoende van voedingstoffen voorziet, sterft ze af. Indien het gele lichaam te weinig progesteron maakt, wordt de koe opnieuw tochtig.

Voorkom leververvetting
Zowel pinken voor het afkalven als koeien aan het eind van de lactatie en in de droogstand lopen het risico te vet te worden. Dat verhoogt de kans op problemen, bijvoorbeeld bij het kalven doordat ook het kalf te zwaar wordt en vooral doordat de geboorteweg is vervet. Bij te vette koeien is de voeropname vaak te laag. Al tijdens de droogstand begint het vrijmaken van energie uit lichaamsvet, dit heet ook wel 'vetmobilisatie'. Dit gemobiliseerde vet wordt deels door de koe gebruikt als energie. De overtollige energie (er is nog geen melkproductie) wordt opnieuw als vet opgeslagen in de lever. Hierdoor ontstaat leververvetting.
Vervetting heeft gezondheids- en vruchtbaarheidsproblemen tot gevolg, zoals bijvoorbeeld zwaar afkalven, het aan de nageboorte blijven staan, witvuilers, lebmaagdislocaties, slepende melkziekte, verlate eisprong en cyteuze eierstokken en klauwproblemen.