(?)

Start lactatie
Na het afkalven krijgt de koe een grote verandering in de hormonen. Deze verandering in de hormonen zorgt ervoor dat de koe veel melk gaat aanmaken. De voeropname kan deze enorme energiebehoefte vaak niet aan. Zo komen de koeien in een negatieve energiebalans terecht. Dit is eigenlijk een normale situatie. De koe is hiervoor op voorbereid. Aan de boer is het vaak de taak om de negatieve energiebalans zo kort mogeljik te houden. Zodra de koe in een sterke negatieve energiebalans is wordt ze moeilijker drachtig. Het dalen van de conditiescore gaan je er al op wijzen dat de koe in een negatieve energiebalans zit. Een goed uitgebalanceerde rantsoen voor de verse melkkoeien kan een te lange negatieve energiebalans voorkomen.

Melkproductie
Om de productie van je veestapel in beeld te krijgen, kan de boer acheraf kijken naar de hoeveelheid melk die hij heeft geleverd aan de zuivelfabriek. Hij krijgt daarbij ook inzicht in het cel -en ureumgetal. Maar omdat er onderling veel productieverschil zit tussen de koeien, is het een een aanrader om de productie regelmatig per dier bij te houden. Dit wordt ook wel de melkproductieregistratie (mpr) genoemd. Hierbij wordt ook elke keer een melkmonster per koe genomen dat onderzocht wordt op vet- en eiwitgehalte, celgetal, ureum en ketose. Deze resultaten leveren een veel gegevens op over de gezondheid en de productiecapaciteit van het dier.



Melkproductie per melkkoe
Hoe is de productiecapaciteit van een melkkoe bij te houden? Op de mpr-uitslag staan de cijfers van de laatste monstername, de voorspelde 305 dagenproductie, de gerealiseerde melkproductie en de lactatiewaarde (lw). Het gemiddelde van de lactatiewaarde moet altijd 100 zijn. Hieraan kun je goed zien of  je koeien beter of slechter presteren.
De lactatiewaarde wordt veel gebruikt als een hulpmiddel voor het selecteren van koeien. Koeien die boven het gemiddelde uitkomen, mogen blijven en worden geïnsemineerd met betere fokstieren. De vaarskalveren die dan geboren worden mogen dan blijven en dienen dan als vervanging voor de melkkoeien.
Koeien met een lactatiewaarde van 100, bij een gemiddelde van 10.000 kg melk, produceren meer melk dan koeien met een lactatiewaarde van 100 op een bedrijf waar gemiddeld 7.000 kg melk wordt geproduceerd. De lw is dus niet geschikt om koeien van verschillende bedrijven te vergelijken. Dit kan wel een bedrijfsstandaardkoe (bsk).
De 305 dagenproductie cijfers geven ook een goed idee van de mogelijheden van de koeien. Al tijdens het melken wordt er al een schatting gemaakt van de 305 dagenproductie.
Van iedere koe is een koekaart op te vragen. Hierop staan alle productie-, exterieur-, afstammingsgegevens en informatie over de nakomelingen op. De koekaart wordt vaak gebruikt bij de aankoop en verkoop van de koeien.

De voedingswaarde van melk
In melk zit een groot aantal voedingsstoffen.
Daarom is melk zo gezond.
Melk bevat:
* water : 88%
* eiwit: 3,4%
* vet: 0,3 - 1,5 - 3,5% (magere melk- halfvolle melk- volle melk)
* melksuiker: 4,6%
* mineralen: vooral calcium (géén ijzer)
* vitamine: A, B en D